Talent, verspillen is (g)een optie

Een talent moet je benutten en niet vergooien. Is dat zo? Filosoof Bas Haring struikelde over deze vraag  in een recente column in MT. Zijn conclusie? ‘Kortom, het antwoord heb ik nog niet gevonden. Laat ik daarom stellen dat het antwoord er niet is’. Je moet volgens mij of filosoof of Johan Cruijff zijn om zoiets te durven zeggen. Even eerder: ‘Een talent is een gift. Daarbij hoort geen plicht.’ en  ‘Je mag het ook weggooien, zonder opgaaf van reden.’  Wellicht is het aardig om op zoek naar het antwoord de geschiedenis er eens op na te slaan. Daar ligt namelijk wel degelijk een historische verklaring voor onze neiging talentverkwisting ‘zonde’ te vinden.

De essentie van Harings betoog is:  Je kunt talenten uitpakken en accepteren maar je mag ze ook weggooien zonder opgaaf van reden.

Natuurlijk dat kan en mag, zeker in deze moderne tijd. Wie echter naar de christelijke cultuur kijkt zal hier geheel anders tegen aan kijken.

Het woord talent komt namelijk uit het Grieks (talenton), hetgeen gewicht of afgewogen betaalmiddel betekent. Bij Homerus vinden we het meervoud ‘talenta’, weegschaal of de dragers van gewichten. Al vroeg werd talent de aanduiding van geld, van betaalmiddel, Een talent vertegenwoordigde 6.000 drachmen. Een drachme was toentertijd een dagloon voor een geschoolde arbeider in Griekenland. De huidige betekenis van talent komt echter uit een parabel uit het Nieuwe Testament. (Matteüs 25:14-30). (1)

De parabel handelt over een werkgever die naar het buitenland gaat en drie van zijn knechten vraagt zijn zaak waar te nemen en zijn geld te beheren. De eerste knecht geeft hij vijf talenten, de tweede geeft hij er twee en de derde één. Daarna vertrekt hij en de knechten gaan aan de slag. Na een lange tijd komt de werkgever terug. Hij roept zijn knechten bij elkaar om te horen wat ze met het geld hebben gedaan. De eerste heeft het geld geïnvesteerd en van de vijf talenten er tien gemaakt. De werkgever prijst en beloont de knecht. De tweede heeft eveneens het geld geïnvesteerd en van de twee talenten er vier gemaakt. De werkgever prijst en beloont hem eveneens. De derde heeft zijn geld begraven, omdat hij bang was dat hij het anders kwijt zou raken en hiervoor gestraft zou worden. Hij graaft de munt direct op en geeft deze terug. De werkgever zegt hem dat hij een slechte, luie knecht is. Vervolgens verdeelt de werkgever zijn deel aan degene die al tien talenten heeft. Wat met deze gelijkenis wordt overgebracht is dat wie goed gebruik maakt van hetgeen hij heeft (zijn talenten) en verantwoordelijkheid durft te nemen er meer bij krijgt. Maar wie er niks mee doet, of van zijn verantwoordelijkheid wegloopt, zal zelfs de kleinste verantwoordelijkheid worden afgenomen.(2)

Kortom, wie opgroeit in een christelijke traditie, zal zijn talenten al snel willen gebruiken en het verspillen ervan als verkwisting zien. Dat mag je indoctrinatie noemen, dwang, ontwikkeling of opvoeding. Wie vanuit een andere overtuiging over talenten denkt (filosofisch, atheïstisch of anderszins), zal het talent als een cadeau beschouwen dat je niet hoeft uit te pakken.

Het mooie aan het begrip talent is dat het een oorsprong heeft in een geldeenheid en dat onze huidige gedachten over het begrip gegrondvest zijn in de Bijbel.  Wie deze geschiedenis niet kent, miskent de historie en de achtergronden van ‘talenten’. Dat we er na de Verlichting vrijer over zijn gaan denken is prima. Er is keuzevrijheid bijgekomen. Dat maakt het kiezen voor je eigen talent(en) krachtiger. Het staat een ieder vrij de talenten te benutten of niet. Er is geen dominee of mijnheer pastoor meer die je terecht zal wijzen. Misken de culturele achtergrond van het begrip alleen niet, dat doet talent en de talenten tekort. Er is namelijk ook een consequentie: wie zijn talenten verkwist, moet achteraf niet zeuren. (3)

1. Heureka, Griekse cultuur in Nederlandse woorden; Jan Verheggen, uitgeverij Contact, 2000.
2. Zie ook Wkipedia
3. Zie Commitment, Vergouw, Uitgeverij Boom/Nelissen, 2013
Bron: managementsite